Als voorstudie voor het dorpenplan Oldambt ‘) is een onderzoek verricht, met betrekking tot de ontwikkeling van de demografische en sociaal—economische structuur van dit gebied. De resultaten hiervan zijn in dit rapport neergelegd.
Tot het Oldambt is gerekend het, gebied van de gemeenten Beerta, Bellingwolde, Finsterwolde, Meeden, Midwolda, Nieuweschans, Nieuwolda, Scheemda, Termunten, Wedde en Winschoten (voor de ligging van het gebied zie tekening—bijlage 1). Opgemerkt zij, dat de delen van de gemeenten Bellingwolde en Wedde die tot Westerwolde behoren mede in het onderzoek zijn betrokken, daar de vorm waarin de statistische gegevens beschikbaar zijn niet toelaat de betreffende delen af te splitsen.
Gelet op de beperkte doelstelling van het onderhavige rapport te hebben waarop bij de opstelling van een dorpenplan kan worden voortge-
bouwd — is afgezien van het opnemen van een schets van de historische ontwikkeling van het gebied. Voor een uitvoerige beschrijving hiervan zij verwezen naar de studie van Hofstee, Het Oldambt ”) .
In het kort is de inhoud van het rapport, als volgt. In hoofdstuk 2 is een overzicht gegeven van de veranderingen in en de betekenis van verschillende componenten die de demografische ontwikkeling bepalen. In aansluiting hierop is in hoofdstuk 3 ingegaan op de kerkelijke
en politieke situatie. Hoofdstuk 4 geeft een globale indruk van de ontwikkeling van de beroepsbevolking waarna in de hoofdstukken 5, 6 en 7 de ontwikkeling van de verschillende bedrijfstakken uitvoeriger is behandeld.
Het beeld van de economische structuur wordt afgerond door een behandeling van de werkloosheid in hoofdstuk 8 en van het forensisme in hoofdstuk 9. Het slothoofdstuk is gewijd aan de spreiding en de concentratie van de bevolking, waarbij met name aandacht is geschonken aan de ontwikkeling van het inwonertal van de dorpen.
Na de tweede wereldoorlog zijn in de sociaal—economische structuur van het Oldambt evenals in die van andere plattelandsgebieden van Nederland belangrijke veranderingen opgetreden. Met name moet de afnemende werkgelegenheid in de landbouw worden genoemd en daartegenover de te geringe ontwikkeling van de industrie en de dienstensector om de overtollige arbeidskrachten emplooi te bieden. Als gevolg hiervan was een deel van de bevolking genoodzaakt elders een bestaan te zoeken. In het Oldambt is de bereidheid daartoe evenwel niet overal in voldoende mate aanwezig geweest. Deze omstandigheid alsmede de slechte arbeidsfilm in de landbouw en in de agrarische industrieën, hebben de werkloosheidscijfers in ongunstige zin beïnvloed.
‘ ) P. P.D. van Groningen 64—6 Een onderzoek naar de spreiding van de bevolking en de voorzieningen in het Oldambt.
”) Dr. E.W. Hofstee, Het Oldambt, deel I Vormende krachten, Groningen 1937.