Vroeger tot aan de ca. 1850 waren veel wegen in het gebied rondom Nieuw Scheemda en ’t Waar slecht begaanbaar. Men kende een onderscheid tussen zogenaamde Nutlanen (van genot = gebruik) en Heerewegen (liepen over de heerden). Het eerste was een particulieren laan waarvan de gebruikers zelf verantwoordelijk waren voor het onderhoud. De tweede duidde erop dat men verplicht moest meewerken aan de onderhoud van deze openbare wegen. De kwaliteit van deze wegen liet echter nog wel te wensen over. De Hamrikkerweg was bijvoorbeeld een kleiweg die in de winter met stro begaanbaar werd gehouden.
In 1852 namen een aantal boeren de aanleg van een nieuwe kunstweg zelf ter hand en werd met afbraakpuin en makkadam (genaamd naar de uitvinder van deze verhardingsmethode – Mac Adam) verhard. Makkadam werd door werkloze arbeiders gemaakt door keien te verpulveren. Om het salaris van de arbeiders en het onderhoud van de weg te betalen werden er 2 tollen geplaatst. Een in Nieuw Scheemda en een in ’t Waar.

De tolheffing werd ieder jaar vergund aan de meest biedende, meestal een café-houder. Er kwam een timmerman aan te pas als de tolboom weer verplaatst moest worden.
.
De tollen in Nieuw Scheemda en ’t Waar zijn rond 1920 opgeheven.
Naast bovengenoemde tolhuizen was er ook een tolhuis op de Dellen en op de Hooilaan. Deze laatste werd geplaatst om sluipverkeer tussen de tollen van het Kielhuis en de Scheemterweg tegen te gaan.


Foto links: Tolhuis ’t Waar. Links is nog net de tolboom te zien. Foto: Beeldbank Groningen. Rechts foto van hetzelfde huis anno 2025. Foto: Google Maps.
Bovenstaand verhaal is gebaseerd op het boek ‘Tussen ’t Zieldaip en ’t grootmoar, vier eeuwen leven en werken in Nieuw-Scheemda en ’t Waar’, samengesteld door de Commissie Fotoboek Nieuw Scheemda-’t Waar. Druk: AOG Winschoten 1985.


