Werkgroep Oost-Groningen. De werkgroep is in januari 1970 door de Regering ingesteld teneinde de problematiek van Oost-
Groningen te bestuderen en — zo mogelijk op korte termijn — wegen en middelen aan te geven, die tot een betere ontwikkeling van dat gebied zouden kunnen leiden.
Als voorzitter van de werkgroep werd de Directeur—Generaal voor de Arbeidsvoorziening aangewezen; de werkgroep werd voorts gevormd door vertegenwoordigers van de provincie Groningen, van de Ministeries van Sociale Zaken en Volksgezondheid, van Economische Zaken, van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van Landbouw en Visserij en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (Bijlage I).
Bij haar instelling kon de werkgroep reeds beschikken ever een groot aantal studies en rapporten over de situatie in het Noorden des lands.
Kort daarop kwam bovendien het ten behoeve van de Raad voor de Welvaartsbevordering “Opbouw Oost—Groningen” uitgebrachte rapport “Herstructurering van Oostelijk Groningen” ter beschikking. In dit rapport zijn een groot aantal gegevens ever de ontwikkeling en voorts concrete voorstellen omtrent het te voeren beleid opgenomen, waarvan de werkgroep een dankbaar gebruik heeft gemaakt.
Op 8 en 9 april j. I. bracht de werkgroep een werkbezoek aan Oost-Groningen, waarbij met een groot aantal vertegenwoordigers uit alle schakeringen van de maatschappij besprekingen werden geveerd (bijlage II). Dit werkbezoek kan uitermate nuttig worden genoemd; niet alleen vanwege de vele concrete suggesties, die de werkgroep ontving, maar met verschillende andere ministeries is voorts overleg gepleegd ten aanzien van die ministeries regarderende onderwerpen. Vooral ook door de ter plaatse opgedane inzichten omtrent het maatschappelijk klimaat en in verband daarmede omtrent, de vorm, waarin en de wijze waarop de te ontwikkelen activiteiten zullen meteen worden gepresenteerd.
Op 14 april j. I. heeft de werkgroep een interim-rapport uitgebracht ter tussentijdse informatie van de regering. Naar aanleiding van dat interim—rapport werden een aantal belangrijke maatregelen genomen, zie bijlage VII.